Verhaal van Marijke de Blécourt en Rob Bakker over hun tocht met de KR21 een Albin 21 naar de Middelandse Zee
Eindverslag t/m 15-10-2010
Bonjours messieurs et mesdames, goedendag dames en heren,
Wat valt er nog te vertellen na het verslag over die fantastische dag dat we de Mediteranee hebben bevaren?
Ten 1e een correctie: De in dat verslag genoemde getallen waren uiteraard vanaf Vinkeveen(Nederland), en niet vanaf Parijs.
Ten 2e: Hoe we er kwamen en wat we daarna hebben gedaan.
Aansluitend op het verslag tot 07-09-10: De volgende morgen was alles inderdaad beter geworden, de staking voorbij, de regen over, en de wind gedraaid naar het noorden. Helaas waren het kajuitje en de overkapte kuip van het bootje kletsnat van de condens, maar daarvoor bestaan sponzen en zemen. Deze dag weer eens kennisgemaakt met de hufterigheid van sommige andere schippers. Een voormalig vrachtschip, mooie schilderingen op de kajuit, varend onder Belgische vlag. Leuk om te zien, maar het uiterlijk zegt niets over het innerlijk van de schipper. Na in de sluis perse als 1e eruit te willen, even later weigeren hulp te bieden aan een zeilschip wat aangelopen was op de grond. Ondanks dat wij naar de Belg toevoeren en om hulp vroegen, immers zo'n schip heeft veel meer trekkracht dan het Staverse Kottertje wat al een aantal vergeefse pogingen had gedaan. Nee, de Belg minderde alleen wat vaart, en ging daarna weer hard door. Onze voorlopige conclusie: Franse Belgen!?! Gelukkig lukte het uiteindelijk toch om het zeilschip vrij te krijgen, en ging een ieder zijns weegs. Wij eindigden de dag in Viviers, aan een hele hoge, wankele drijfsteiger. De volgende dag Viviers bekeken. Wat een verrassing, die historische oude stad. Smalle steile steegjes, mooie gevels, intieme pleintjes, en nauwelijks iemand op straat. Deed ons in sommige opzichten erg aan "ons" Venetie denken, waar we de drukte snel waren ontvlucht en heerlijk gedoold hebben door de achterafstraatjes. En de kathedraal , anders dan alle anderen die we tot nu toe hebben gezien. Heel licht, niet groot, met veel oude wandtapijten, koorstoelen rond het altaar uit notenhout, met op iedere stoel een ander gezicht, Rob heeft ze bijna allemaal gefotografeerd, moderne tekeningen van de heiligen uit dit bisdom. Heel imposant. Het rare was dat in heel Viviers geen souvenirwinkel te vinden was, er waren überhaupt weinig winkels. Viviers is een echte aanrader. Terug bij de boot bleek het water bijna een meter gezakt, en dat terwijl er daar geen getij is. Naar later bleek was de oorzaak de Mistral, de koude Noorderwind die door het Rhonedal kan waaien, en die de havenkom had leeggeblazen.

De volgende dag stond de Mistral nog steeds door, gezien de schuimstrepen en de golven variërend van 4 tot 6 Beaufort. En ook nog stroom mee, dat leverde een flinke snelheid over het land op, meestal rond de 7 knopen. Deze dag door de Ecluse Bolene, de oudste sluis van de Rhone (1952) en met het grootste verval. In 7 minuten wordt het verval van 23 meter overbrugd. Met veel gepiep, gekraak en gezucht van de sluis, soms net een spookhuis. En daar lig je dan met je bootje van 6.30 meter. Indrukwekkend. De 2e sluis ging wat minder goed, een ontzettende klotsbak met een aangewakkerde wind in de rug. Het aanleggen ging daar dan ook niet helemaal volgens de regels. Die avond bereikten we Avignon.

Daarvoor moesten we een zij-arm opdraaien, en was het voor eerst deze reis dat de GPS een lagere snelheid over land aangaf dan de snelheidsmeter door het water. Daarbij moeten we toegeven dat de snelheidsmeter door het water niet helemaal goed is, of op de goede plaats zit. Ook hier een hoge kade, net als in Lyon, maar geen langsrazende sportboten, zodat je wel rustig ligt. De volgende ochtend vroeg op, om een keer bijtijds in de stad te zijn, in plaats van pas als de winkels en bezienswaardigheden al weer gesloten zijn. Eerst langs de Franse Albin25, die gisteravond nog is aangekomen. Niemand aan boord, wel kaartje van de kring achtergelaten. Lekker gedoold, terrasje, mensen kijken, verder dolen, park met stadsmuren, nog een terras, wijntje, winkels kijken, boodschappen. Ook de volgende dag door Avignon gedwaald, leuke doorsteekjes, onverwachte pleintjes, knoflookwalmen, rommelmarkt. Warme dag, bij terugkomst op de boot de ventilator aan, met dank aan de walstroom. De volgende ochtend een strak blauwe hemel, de wolken van gisteravond waren weggetrokken, maar wind, wind, heel veel wind. Zelfs hier in de zij-arm sloegen de golven al om. In de loop van de dag kwamen hele boomstammen voorbijdrijven, dus onze beslissing om niet te gaan varen was juist. In de loop van de dag alle lijnen gedubbeld, en extra springen belegd, ook wegens het schavielen op de hoge kade. Dinsdag de 14e was het weer veel rustiger, en zijn we verdergevaren. De Rhone afgezakt, zeer voorspoedig met een weer aanwakkerende wind in de rug. Bij een snelheid door het water van 4,5 tot 5 knopen(= 8 tot 9 km) met een toerental van 2.000, liepen we op een gegeven moment 9,2 knopen (=16,5 km) over land. En dan schiet je wel op. 
De Petit Rhone op, een brede zij-arm van de Rhone, met een smalle vaargeul, wel bebakend. En hierna Le Canal du Rhone a Sete. Van dit kanaal hebben we geen kaart. Maar twee sluizen, dat is dus geen probleem, maar we hebben ook nauwelijks een idee van aanlegplaatsen en afstanden. Met behulp van een wegenkaart (grote schande voor zeezeilers), de overzichtskaart van Franse waterwegen en het boek Vaarwijzer door Frankrijk lukt het om e.e.a. te schatten, en kom je er op dit rechte en brede kanaal ook wel. Hoewel, Aigues-Mortes was toch wat verder dan geschat. Achteraf bleek dat we dit stadje al vanaf verre reeds in het oog hadden.

Deze dag al flamingo's en wilde paarden gezien, zoals het hoort in de Camargue. Aigues-Mortes(betekenis: dood water), gesticht in 1240, als haven aan de Middellandse Zee voor het toenmalige Franse koninkrijk. is een omwald stadje, met een donjon, die we dus gisteren al van verre zagen, en een stratenplan als een dambord. Het tegenovergestelde van Viviers, vol toeristen, bewoners, winkels, restaurants. Boeiend, mooi, aangename sfeer. De volgende dag achter een rondvaartboot aangevaren. Bewust, dan kun je aan de toeristen aan boord merken wanneer er iets bijzonders te zien is. De gids konden we niet verstaan, maar op deze manier hebben we wel nog meer flamingo's, een stierenboerderij en andere mooie plekjes van de Camargue gezien. De veronderstelling dat de Camargue qua waterwegen zoiets als de Biesbosch zou zijn kwam niet uit. Althans, niet hier aan de rand van de Camargue. Geen kleine, smalle zij-armjes,of grote ondiepten. Achteraf hadden we de rondvaartboot daarvoor niet nodig. Doorgevaren naar Palavas-les-Flottes. In de loop van de dag was het gedaan met het mooie weer. Op onze lunchplek een schip geholpen met aanleggen. De communicatie met de opvarenden verliep wat vreemd. Ze bleken alle 4 doof te zijn. Heel apart. In Palavas hadden ze nogal rare aanlegplekken voor passanten, niet zo geschikt voor onze KR21. Gezocht naar een plek in de haven, en nagevraagd op het havenkantoor. Nee, we MOESTEN in het kanaal. Met veel lijnen, en boeien op de kant, is het uiteindelijk gelukt, maar makkelijk is iets anders. Weer eens gedoucht, toch wel lekker. Ook de volgende dag begon behoorlijk somber en nat. Dorpje bekeken, erg toeristisch en ook nog een soort Euromast. Maar, wij hebben daar de Middellandse Zee gezien en geroken. Dat willen we ook met de KR21. Op de terugweg naar de haven wilden we wat boodschappen doen, het was inmiddels tegen 15.00 uur. Gaan de winkels hier pas weer om 16.00 uur open. Dan maar de noodvoorraad weer gebruiken. Marijke pannekoeken gebakken, voor het eerst op het bootje. Het resultaat was niet onaardig, maar Rob kreeg vrij snel na het eten buikpijn, wat steeds erger werd. Rob derhalve bijtijds naar bed, waar uiteindelijk de buikkrampen na een paar uur wat afnamen. Conclusie: Marijke mag niet meer koken, alleen nog opwarmen. Gelukkig de volgende dag voor 90% hersteld. Eerst per boot naar de Carrefour, diesel en levensmiddelen ingeslagen. Gebruncht, en verder naar Sete. Het kanaal wordt hier wel heel saai, erg recht, nauwelijks begroeiing, en grote delen tussen 2 meren door. Hiervan slechts afgescheiden door een stenen muurtje, vaak afgebrokkeld. In Frontignan bleek de brug slechts 2x per dag te draaien. 8.30 en 16.00 uur. We hebben 1,5 uur moeten wachten, en de wachtkade kwam behoorlijk vol te liggen. Hé, daar heb je de Japanners! Deze zijn we onderweg al een keer tegengekomen, ruim voor Parijs. In Meaux hoorden we er andere mensen over praten, en konden wij ze zeggen dat we ze gezien hadden en zij wisten ons te vertellen dat de Japanners het zeilschip in Engeland hadden gekocht en onderweg waren naar de Middellandse Zee, maar ook dat ze hun motor niet vertrouwden (te zwak?) en ietwat angstig waren voor de Middellandse Zee. Destijds gingen ze ook de verkeerde kant op voor de Middellandse Zee. Eenmaal door de brug was het filevaren naar het Etang de Thau en Sete. Op het Etang de Thau(=meer van Thau) stond veel wind en golven tegen. De ruitenwisser kon het niet bijbenen. En we hadden geen kaart, dan maar achter een Iers jacht aanvaren. Gelukkig hoefden we slechts een kort stukje over het Etang de Thau, alleen de hoek om, naar Sete. Voor Sete bleken er twee lage bruggen te zijn. De Ier ging aanleggen voor de visserswijk, in de Vaarwijzer door Frankrijk aangeraden als een leuke, fijne gratis ligplek. Maar niet met deze wind en golven, die hier recht naar binnen liepen, en de kade tot een beroerde ligplek maakten. De Japanners wilden ook aanleggen. Bij de 3e poging, en nadat hij bijna de boot van de Ier ramde, en met de vereende krachten en hulp en kennis van de Ier en ons, is het eindelijk gelukt. De Japanners hadden een duidelijke taakverdeling en waren uitermate gedrild, maar effectief was het allerminst. Bij de Ier gevraagd of zij wel een kaart hadden. Ja, maar daar stonden niet de draaitijden van de bruggen in, wel de doorvaarthoogte. 2,50 meter. Dat moet gaan met ons bootje, immers 1.80 in Amsterdam lukt ook. Maar wel golven en veel deining. Het erop gewaagd, en ja hoor, gelukt. In de haven geen Capitannerie te ontdekken, wel een vrije ligplek die niet door hengelaars was ingenomen, dus aangelegd. Konden de steiger wel af, maar niet meer op zonder pas, dus aan boord gebleven tot de havenmeester zou komen of het schip op wiens plek we lagen. Beiden nooit gezien. Wel veel hard langsvarende bootjes en eindeloos veel hengelaars.
En op zondag de 19e september hebben we het dan gehaald, het hoofddoel van deze reis, de Middellandse Zee met de KR21. Zie hiervoor het tussentijdse verslag dd 21/09/10.


En toen? Verder over het Canal du Midi naar het Westen? Nee, te veel sluizen! Nogmaals over zee? Nee, geen kaart! Een haven zoeken vanwaaruit de boot naar Nederland getransporteerd kan worden? Neuh, dat wordt erg duur volgens de opgevraagde offerte! Genieten van een strandvakantie? Neuh, lekker maar saai! Een haven zoeken waar de KR21 de hele winter kan blijven liggen? Ja, nee, erg ver als je aan de boot wil werken Terugvaren naar Nederland? Nee, daar is de tijd te kort voor, nog maar een maand, hooguit anderhalf!.
Wat dan wel? Een stukje Canal du Midi naar het Oosten, deels terug naar Nederland varend tegenstrooms over de Rhone en Saonne, met onderweg een aantal havens vanwaaruit de boot naar Nederland getransporteerd kan worden. En vanuit Chalon-sur-Saonne (reeds bekend) kan het zeker. En daarvoor is ruim de tijd, mits ... nou ja, er geen tegenvallers komen.
Na ons hoogtepunt hebben we dan ook maandag de 20e de trossen los gegooid richting Nederland, nadat we Agde hebben bezichtigd, een ietwat vervallen maar zeer intrigerende plaats, met een overweldigende kerk. Dat varen duurde maar kort, want daar lagen we voor de beroemde ronde 3-deurige sluis van Agde, die pas over meer dan een uur draait. Maar soms heb je mazzel. Er was een speciale schutting, naar onze kant, en omdat de sluis toch weer vol moet, konden wij ook geschut worden. Dat leverde forse tijdwinst op. De sluis uit zaten we op het Canal du Midi, precies zoals het op alle foto's staat.

Platanen aan weerszijde, smal, en op dit stuk gelukkig geen huurboten. Na een kort stukje kwamen we op een breder deel, waarschijnlijk de toegang naat het Etang de Thau. Ontzettend mooi en rustig, kronkelend, af en toe een woonboot, ook een Nederlander die uitgebreid kwam zwaaien, ijsvogels en zelfs een schildpad. Maar het duurt wel lang voordat we het Etang de Thau bereiken. Weer eens op de beschikbare kaarten en in het boek gekeken, dat moet toch niet zo ver zijn. Uiteindelijk bracht de GPS de oplossing. Bleken we, ondanks alle kronkels, overwegend richting noorden te varen in plaats van richting oosten. Omgekeerd, en nagevraagd bij een hengelaar aan de kant. Inderdaad, we zaten op de rivier de Herault. En de Vaarwijzer heeft gelijk, schitterend, maar het leidt naar nergens. Deze omweg kostte twee uur, daar ging de tijdwinst. Nadat we inderdaad het vervolg van het Canal du Midi gevonden hadden (een heel klein openstaand sluisje), twee ovale sluizen en een MOB-actie voor een weggewaaid kussen bereikten we het Etang de Thau, het meer van ruim 18 km lengte, wat het Canal du Midi met het Canal de Rhone a Sete verbindt en wat evenwijdig aan zee loopt. Op de hele plas maar één baken gezien. We weten dat we naar het oosten moeten, richting die grote berg, maar verder is er weinig duidelijk. Turen op de overzichtskaart, en met de verrekijker proberen meer te ontdekken op deze plas. Weer bracht de GPS uitkomst, omdat van iedere ligplek een waypoint wordt ingebracht. Ingesteld op GOTO Sete. Letten op de dieptemeter, en veel door de verrekijker turen naar de vorm van het land om de ingang van het Canal du Rhone a Sete te vinden. Ondanks dat het weer weer betrok, ging het niet regenen en bleef het zicht goed. En netjes het Canal teruggevonden. Toen waren we in een vloek en een zucht in Frontignan, voor de brug. De namiddag werd erg mooi, met ook een lauwe avond, zonder steekbeesten. Daar zagen we ook een "vlindervis" zwemmen, erg aan de oppervlakte, bruinig met stippen, met een aparte manier van voortbewegen. Een bijzondere ervaring.

Nu zijn we echt op de weg terug, immers bekend terrein. Via Palavas, waar we wederom de Carrefour met een bezoek hebben vereerd, vroeg in de middag aangekomen in Aigues-Mortes. Voor het eerst daar een havenmeester gezien, die gelijk de hoofdprijs aan liggeld vroeg. Euro 25,50 voor een nacht voor een bootje van onze lengte (6.30 meter). Dat hebben we nergens betaald, ook niet in Parijs. De KR21 ontdaan van al het zeezout. Ook onszelf ontdaan van het zeezout. Prima douches, alleen erg ver lopen. Rustige nacht, en 's ochtends mist, je zag de overkant van de haven niet eens. Trok gelukkig vrij snel open. Even voor 12.00 bereikten we de sluis naar Le Petite Rhone. Het 1e stuk rivier tegenstrooms. Dat viel reuze mee. Eenmaal op Le Grande Rhone was het daarmee gedaan. Over land langzamer dan door het water, ondanks dat de motor nu steeds tegen de 2.400 toeren loopt. Nadat we in Ecluse Beaucaire direct geschut werden, er was nog een drijfbolder vrij achter een gigantisch cruiseschip wat de sluis bijna geheel vulde, liep de tegenstroom terug, en liepen we weer 5,5 tot 6 knopen over de grond. Dat hielp om Avignon te bereiken, dezelfde etappe als op de heenweg, alleen deden we er nu 9,5 uur over in plaats van de 8 uur op de heenweg, met minder snelle sluispassage. En het kostte meer diesel, omdat je op een hoger toerental vaart. Afgezien van de etappe waarbij we in Lyon zijn geëindigd, hebben we op deze terugtocht de etappes van de heenweg in omgekeerde richting gekopieerd. Dat waren dan ook vaak de enige havens/aanlegplaatsen die je tegenkwam. De dagetappes liepen uiteen van 30 mijl (54 km) tot 46 mijl (=83 km), tegen de stroom in met sluizen. Negen dagen aaneengesloten gevaren. 's Avonds aan de stroom voor het elektrische kacheltje, omdat het 's nachts behoorlijk fris wordt en de lucht vochtig, waardoor het bootje 's ochtends helemaal nat is van binnen, ook in het kajuitje. Wisselvallig weer, veel bewolking. Ook regen, hoe verder noordelijk, hoe vaker we met de kap dicht moesten varen. Ook gevoelig frisser.Vrij probleemloos verloop. Afgezien dan van dat in Avignon het havenkantoor (met wasmachine) gesloten was, in Viviers de restaurants al gesloten waren en we te duur te weinig niet echt lekkere tapas hebben gegeten, in Valence de dieselpomp het niet deed, terwijl we nauwelijks meer diesel hadden(prima opgelost door de aardige havenmedewerker), in Roche Condrieu jongeren in het holst van de nacht begonnen te klooien rond en met het bootje, Ecluse Vaugris aangaf direct te schutten maar er helemaal niets gebeurde toen we in de sluis vastlagen (na 20 minuten via de marifoon nog een keer opgeroepen, geen antwoord, maar de deuren gingen nu wel dicht. Ons bootje niet gezien?), de snelheid over land gedurende een uur of twee was teruggelopen naar slechts 3,3 knopen (= 6 km), de sluiswachter van 1e sluis op de Saonne ons het hemd van het lijf vroeg , onder meer of we de kanalen weer opgaan, en bij een ontkennend antwoord naar ons idee juichend terugliep om dat aan de rest van zijn collega's te melden, in Macon alle slagers gesloten zijn op maandag en we (weer) vegetarisch hebben gegeten en we in Chalon nog een ongeplande tocht door de handelshaven hebben gemaakt. Op dinsdag 28 september lagen we dan tegen 17.00 weer in de plezierhaven van Chalon-sur-Saonne. Heerlijk gegeten in een restaurant, waar je je eigen BBQ-tje op tafel krijgt. Lekkere wijn uit de streek erbij, zelfs nog een fles meegenomen. Mooie afsluiting van het vaargedeelte.
En hoe nu terug naar Nederland? Het mooiste en makkelijkste zou zijn een huurauto die we in Nederland weer kunnen inleveren (internationaal one-way) en een eigen of gehuurde trailer. Nou, dat lag allemaal veel moeilijker dan we ooit hadden gedacht. Uren doorgebracht bij de McDrive, met gratis WiFi, om een en ander uit te zoeken. Uiteindelijk zelfs de ANWB-alarmcentrale gemaild, die met hun kennis vast wel een verhuurbedrijf wisten. Snel antwoord, nette jongens en meisjes daar. Een trailer huren was sowieso onbegonnen werk en een huurauto met trekhaak was ook een zeldzaamheid. Ze adviseerden ons om vanuit Nederland met auto en trailer terug te komen. Dan maar treinkaartjes gereserveerd, waarvan de prijs behoorlijk tegenviel. Voor ons niet echt ideaal omdat de caravan in Vinkeveen eigenlijk alleen per auto bereikbaar is, en we dus andere mensen moeten inschakelen voor vervoer. Nog een laatste poging om een auto te huren, en dat lukte. Wat duurder dan de trein, maar zoveel makkelijker. Twee dagen gebruikt om bij te komen en het bootje op te ruimen. Zaterdag 2 oktober voor de 5e keer het traject Chalon-Vinkeveen afgelegd. Ditmaal in een Opel Corsa, helemaal vol gepakt. In België slecht weer, maar om 20.30 waren we na 800 km weer op ons nest. Een aantal dagen van alles gedaan, oa auto uit de stalling gehaald, auto laten keuren, familie- en vriendenbezoek, genoten van het mooie weer op het eiland met de andere eilandbewoners, trailer geregeld, huurauto om de trailer met bootje te trekken, in Breda de trailer van John van de Albinkring gefotografeerd zodat we weten hoe de huurtrailer ingesteld moet worden. En op maandag 11 oktober weer vertrokken naar Chalon. Ondanks dat ze nog nooit in een bestelbus had gereden, en ook nog nooit met een aanhanger, laat staan een trailer die zoveel langer is, heeft Marijke ook de nodige kilometers gemaakt, inclusief de twee uur durende file voor Metz(vrachtauto met gasflessen in de brand, bleek toen we er langs mochten). Afgezien van een hoge stoeprand ging dat goed. Door die file waren we dan ook veel later dan gepland in Chalon, en zat een restaurant er niet meer in.
Dinsdag bijtijds op, en om 9.00 hing de KR21 in de kraan. Het instellen van de trailer vergde een aantal uur, en we moesten ook nog wat lekkere Franse dingen inslaan voor de komende tijd. Even na 13.00 gingen we dan op weg, retour Nederland, met zijn allen, voor de laatste en 7e keer dit traject van 800 km. Rob moest het alleen doen. Het was een mooie droge dag. Met zo'n gewicht achter de auto (geschat tegen de 1.500 kilo) wil deze niet altijd trekken, zeker op vals plat moet je terugschakelen. Om 0.30 uur waren we dan weer in Vinkeveen, ook het dijkje daar ging goed, en om die tijd heb je gelukkig geen tegenliggers. Op woensdag de boot van de trailer op de bok, trailer en bus teruggebracht. Donderdag uitgeslapen en genikst. En vrijdag de 15e hebben we ons huis in Utrecht weer betrokken, na 11 maanden. Even wennen, maar wel lekker. Groot, poes, verwarming, oven, douche, wasmachine. Allemaal (luxe) zaken die we op het bootje gemist hebben.
Dit is een extra lang verslag, maar het is dan ook de laatste. Immers, de cirkel is rond. Het sabbatical afgelopen. Alle mascottes, gelukbrengers, ongelukbeschermers, heiligen en goden hebben hun werk gedaan.
Alle lezers en volgers bedankt voor jullie geduld, reacties, meeleven, af en toe leedvermaak en goede tips. Per saldo was het een onvergetelijk jaar. Twee totaal verschillende avonturen, waarvan nog niet alles tot ons doorgedrongen dan wel verwerkt is. Als we je de komende tijd over onze reizen de oren van je hoofd zeuren, en voor de tigste keer hetzelfde vertellen, zeg het dan alsjebleift.
Rob en Marijke
Voor de geïnteresseerden wat cijfermateriaal over ons traject Agde(aan de Mediterannee)/Chalon-sur-Saonne:
303 mijl= 545 kilometer
64 motoruren in 9 vaardagen
18 sluizen
copyright © 2010