Verhaal van Marijke de Blécourt en Rob Bakker over hun tocht met de KR21 een Albin 21 naar de Middelandse Zee

 

Na de Albindag in juni hebben we nog een week hard gewerkt om de KR21 in te richten naar onze wensen. Daarbij hoorde ook een bezoek aan onze "motormuis", omdat we op zondag, op de terugreis van het Nieuwe Meer naar de Vinkeveense Plassen motorproblemen hebben gehad op het Amsterdam Rijnkanaal, met een tegenligger van de beroepsvaart in aantocht. Het toerental viel helemaal weg, tot 2x toe. Gelukkig kwam het toerental weer terug na een paar minuten, maar toch de buitenboordmotor in gereedheid gebracht voor het geval dat. Bleek er toch water en viezigheid in de diesel te zitten ondanks dat de KR21 met een volle tank de kant op de winter is ingegaaan.

Op zondag 12 juni zijn we dan vertrokken, via de Vecht naar Utrecht. Daar een paar dagen gelegen, om collega's van Marijke gelegenheid te geven een borrel te komen drinken en het bootje te bewonderen en zich te verbazen over de grootte ( dan wel kleinte ) hiervan. Hierna via het Merwedekanaal, de Biesbosch, de Donge en het Wilhelminakanaal naar Tilburg, om het weekend met vrienden door te brengen. Maandag 21 juni hebben we de reis voortgezet en we zijn nu, via de Zuid-Willemsvaart in Weert beland.

De Zuid-Willemsvaart is vanaf het Wilhelminakanaal tot de Smeermaas een mooi stuk, met een aantal aanlegplaatsen in de buurt van dorpjes. Wel heel veel waterplanten, we verloren ook vaart ondanks het opgeschroefde vermogen omdat de schroef en roer vol hingen met waterplanten. Ook het toilet raakte steeds verstopt.

We zijn sinds ons vertrek uit Vinkeveen 4 vaardagen, 25,7 motoruren, 120 zeemijlen (216km) en 19 sluizen verder. Alleen vandaag al zijn we ongeveer 17,5 meter gestegen.De sluizen zijn niet helemaal ingericht op de KR 21, vaak liggen we alleen aan de middenbolder. Eerlijk gezegd, verlopen de sluizen tot op heden behoorlijk probleemloos, gelukkig.

   

                   Nog even hard werken                                     Op de Vinkeveense Plassen                            Klein tussen groot                                            Rob aan de afwas op de steiger

Liggen inmiddels in het Bassin in Maastricht, is (op dit moment) een rustige haven, niet de goedkoopste maar wel met vrij douchen zonder muntjes. We gaan morgen eindelijk door naar België, na 5 dagen Maastricht.....een Heerlijke stad!!

Reisverslag tm 01-08-10

PARIJS, en verder

Bonjours messieurs et mesdames,

Het eerste reisdoel is bereikt, PARIJS!!! Mais oui, en dat hebben we gevierd met een fles champagne op de dag van aankomst donderdag 22-07-2010. We zijn best trots op onszelf en de KR21.

Bij Maastricht zijn we de Maas opgevaren. Best wel weer een grote rivier, na de Zuid-Willemsvaart. En direct als je België binnenvaart krijg je de sluis van Lanaye (in het

 

Nederlands Klein-Ternaayen)  

 Zicht op Luik           In Dinant aan de kade

Dat was precies genoeg om de KR21 aan te leggen, en nog wat uurtjes te slapen. Later op de dag vertrokken er wel wat jachten, zodat we een betere plek hebben gevonden. Twee dagen sigtseeing Dinant, En vanuit Dinant ben je zo in Frankrijk. De Maas is in dat gebied erg mooi, tussen de rotsen en de bossen. Bij de 1e sluis in Frankrijk(Givet) alle formaliteiten afgehandeld om daar te mogen varen. De sluiswachter sprak alleen Frans, et moi un petit peu, maar met handen en voeten en brochures kom je er samen wel uit. Hier kregen we ook een zendertje om de automatische sluizen te bedienen. De 1e tunnel. 565 meter lang, en niet verlicht. Dan moet de schijnwerper aan en je volgt de wanden.

 

                     sluis stort zich vol                                                             toch wel hoog 4 mtr. !!

Niet lang daarna de 1e automatische sluis. Deuren gingen netjes open,en nadat we de sluis geactiveerd hadden met de blauwe hendel netjes dicht, het water steeg zoals het hoorde, de deuren gingen netjes open, o nee, maar half en toen weer helemaal dicht. Wat nu? Dan is er nog de rode hendel, waarmee de sluis wordt stopgezet, en er altijd binnen een korte tijd een mannetje komt, althans, dat werd gezegd toen we het zendertje kregen. Nou, dat klopt, gelukkig. Om het systeem goed onder de knie te krijgen bleek de waterweg bezaaid met automatische sluizen, en ook nog een tunnel, nu wel verlicht. 

 

Bij aankomst direct bij de havenmeester naar een monteur gevraagd, nou die was er in die plaats ook niet, maar wel tig kilometer verderop. Dan maar eerst telefonisch overleggen met onze Nederlandse monteur. Thermostaat? Zou kunnen. De volgende dag aan het klussen geslagen, de boot lag pal in de zon. En heeeeeeeet. De thermostaat verwijderd en 2 uur laten draaien. Lijkt goed te gaan.

De volgende dag de toerist uitgehangen, mooie plaats. Maar het was zo heet, dat we rond 14.30 toch hebben losgegooid en zijn gaan varen in de hoop dat het op het water iets koeler zou zijn. Dat viel nog tegen, maar aan het einde van de middag hadden we een schitterend schaduwplekje in het kanaal bij Pont-a-Bar. En waren we eindelijk de Maas af, en op het Canal du Ardennes. Mooi, maar smal, met toch wel beroepsvaart met peniches. De sluizen zijn precies op de maten van deze schepen gebouwd zo rond 1880. De kanalen ook, met precies genoeg diepgang, maar dat vergt wel behoedzaam manouvreren van de schipper. En zeker als het schip geladen is gaat het allemaal heeeeeeeeeeel langzaam. We mochten deze dag ervaren hoe het is om achter een peniche te varen. We hebben geleerd dat je dan maar beter een pauze van 2 uur kunt gaan houden, en dan nog heb je de kans dat je er weer achter komt te hangen. In Chesne zijn we gestopt, nadat we uren achter een peniche hebben gehangen.

De volgende dag, zaterdag 10 juli, hebben we kennisgemaakt met de eerste sluizentrap. 27 sluizen op een afstand van 9 km. Je hebt tussendoor geen tijd om iets te eten te maken, of rustig een sigaret te roken. We hebben er 4,5 uur over gedaan. In totaal hebben we die dag 32 sluizen gehad en zijn we 96 meter gezakt. Rethel, waar we 's avonds aankwamen had een prima supermarkt maar vonden we verder een plaats van niks. Op naar Reims, en we komen via het Canal Lateral a l'Aisne op het Canal de l'Aisne a la Marne, een hele mond vol. We hebben nog steeds geen idee hoe we daar door de 1e sluis gesignaleerd zijn. Het was een splitsing, rechtdoor naar de ene sluis om het Canal Lateral verder te volgen, en naar links een sluis om op het andere kanaal te komen. We zagen geen camera's, er was geen bel, we hadden geen zender en er hing geen draaistang. Even leek het of er een sluiswachter zat, dus heeft Rob de toeter gebruikt. Achteraf zat er niemand, maar de sluis ging toch open. Spoken? Het was een mooi gebied waar we doorheen voeren, met graanvelden in ale kleuren geel. In Reims zijn we een paar dagen gebleven, en hebben we, evenals in Nederland, op woensdag noodweer gehad. De schade voor ons bleef beperkt tot 2 handdoeken en een Gardena bezem die weg zijn gewaaid. Na Reims op weg naar Epernay hebben we de langste tunnel tot nu toe gehad, 2,3 km. Als je er in voer sprong de verlichting aan. We hadden net voor de tunnel een peniche ingehaald (opgelopen in scheepstaal).We vonden het wel raar dat hij de tunnel niet invoer, dat zou een mooi gezicht zijn geweest als het licht van de ingang geblokkeerd werd door een groot schip. Toen we de tunnel uitvoeren stond daar een tunnelwachter die druk aan het gebaren was dat we langzamer moesten varen, vooral ook bij de sluizen die nog komen. Dat waren er nog 8 op dit kanaal. En bij bijna allemaal hadden we problemen. In dit stuk waren er geen zendertjes, of draaistangen, of wat dan ook waarmee je zelf de sluis kon bedienen. Even dachten we dat de knop op de lantaarnpaal op de wachtplaats voor de sluis de aanmeldknop was. Ook dat was niet zo, je kon er de lantaarnpalen mee aan doen ´s avonds. Nadat we bij de vijfde sluis weer de centrale moesten oproepen, en er een peniche aan de andere kant lag te wachten, hard toeterend dat we moesten opschieten, kwam er een sluiswachter die ons heel precies ging uitleggen hoe deze sluizenrij werkt. Namelijk met een oog, waar je langs vaart bij het in- en uitvaren van de sluis. Deze ogen zaten net iets hoger, en de KR21 is sowieso al niet groot (6.30 m) maar waarschijnlijk zag het oog alleen de opbouw, en die is nog geen 2m, en dan werd het hele systeem niet op de juiste wijze in werking gezet. Of we alsjeblieft voor het oog heeeeeeeeeeel langzaam wilden varen en liever nog even stoppen en zwaaien met een tuinstoelkussen voor het oog, want we ontregelden alle sluizen, en bleek achteraf dus ook de tunnel.Weer een ervaring rijker. Eenmaal op de Canal lateral a Marne hebben we geen problemen met sluizen meer gehad. Wel met een aanlegplaats, vlak voor een sluis. Volgens de kaart was daar een aanlegplaats, en het tijdstip was prima. Mooie brede grasstrook, met grote bolders, zoals voor vrachtschepen. Er lagen verder geen schepen, maar dat zag je wel vaker. Dicht bij de kant een onheilspellend geluid onder de boot. Winkelwagentje of fiets. Nou, dan gaan we een paar meter verderop liggen. Tsja, weer een onheilspellend geluid, en we komen niet helemaal aan de kant met de boot. Dan toch die fiets die nu ergens anders vastgehaakt zit? Rob te water, met zaklamp en duikbril om te kijken wat er onder de boot aan de hand is. Heel voorzichtig, want je weet maar nooit hoe de rivierbodem is. Die is dichter bij dan gedacht, hij stond slechts tot zijn knieen in het water. We hadden dus de grond geraakt, en daar is dat grindgrond, en dat geeft een akelig geluid. Teruggevaren naar het echte jachthaventje, wat we al gepasseerd waren en daar de nacht doorgebracht. Zeer goed geslapen na een dag verder naar de Marne en Epernay, champagnehoofdstad. Met leuk haventje.

Na Epernay kregen we een soort sluis die we nog niet hadden gehad, namelijk met schuine muren. Iemand had ooit bedacht dat dat handiger zou zijn, met name voor de vrachtboten.Er zijn er dan ook een aantal gebouwd, maar zeker voor jachten is het niet handig. Dat hebben ze nu opgelost door in de sluis een drijfsteigertje te leggen, voor ons groot genoeg, maar bij de grotere en echt grote jachten vraag ik me af hoe ze daar aanmeren. De Marne is na Epernay omgeven door heuvels vol met wijngaarden. Erg mooi. En het blijft maar warm. Gelukkig heeft Rob met een dompelpompje en het kopje van de douchezak een douche gefabriceerd, die als we in de sluis liggen in het water wordt gegooid zodat we onszelf en het bootje kunnen afspoelen. Rob gaat ook wel zwemmen achter het bootje. Via Meaux, leuk stadje met mooie haven, en Lagny, zijn we dan donderdag 22 juli aangekomen in Parijs.

De Seine is ten opzichte van de voorgaande rivieren en kanalen een ontzettende klotsbak, die erg aan het Amsterdam-Rijnkanaal doet denken.Voordat we de haven ingingen zijn we eerst de Seine een heel stuk afgevaren, tot en met de Eifeltoren. Langs alle bekende gebouwen en onder mooie bruggen door. Even na zessen lagen we vast in de haven, Le Port de Arsenal, vlak bij de Place de la BAstille. En daar hebben we een fles champagne , gekocht in Epernay, geopend om het halen van het 1e doel te vieren.

 

  Leuk optrekje aan de Seine

Uiteraard hebben we Parijs bezocht. Het Louvre, waar Rob al jaren naar toe wilde maar nog nooit aan was toegekomen de keren dat hij Parijs bezocht. Notre Dame, SacreCouer, Montmarte. Ook hebben we wat geklust aan het bootje en gepoetst. De haven is aan een kant een soort park, waar druk gebruik van wordt gemaakt.

Woensdag 28 juli hebben we Parijs weer verlaten en zijn de Seine opgevaren. Mooie brede rivier, met grote sluizen, waar het bootje helemaal in weg valt. Donderdagmiddag zijn we aangekomen in Moret-sur-Loing. Wij gaan morgen het Canal du Loing op, verder met de 2e etappe van deze lange reis.De 1e sluis zien we vanaf onze ligplek.

Voor de geinterresseerden wat cijfermateriaal over ons traject Vinkeveen/Parijs:
487 mijl=916 kilometer
125 motoruren in 23 vaardagen
6 tunnels
150 sluizen: gestegen 151 m, gezakt 114 m, gestegen 43 m, gezakt 66 m, gestegen 3 m, per saldo 18 meter gestegen

Hartelijke groeten,

Rob en Marijke

Naar Vervolg ....... klik hier

met een verval van 14 meter.Volgens de wateralmanak heeft alleen de grote sluis drijfbolders, en zou de recreatievaart meestal in de kleine sluis zonder bolders in de muren geschut worden. Maar hoe kan je een lijn beleggen 14 meter hoger? Dat staat er dan niet bij. Wij moeten ook het antwoord schuldig blijven want alle boten,beroeps- en recreatievaart, gingen in de grote sluis. Langs Luik gevaren. Na de industrieterreinen volgt een mooie, oude stad, erg verrassend. Rob heeft er niets van gezien, die lag te slapen in de kuip. Na Luik kwam een schip ons tegemoet. Hé, dat is wel een bekende neus. En ja hoor, het was een Albin 25, het grotere broertje van onze Albin 21, waarvan we de naam niet hebben kunnen lezen. Uiteraard hebben we enthousiast naar elkaar gezwaaid. In 2 dagen hebben we Dinant bereikt. De sluis ging dicht om 18.00 en we waren net te laat, zodat we onze eerste nacht daar voor de sluis hebben doorgebracht. De sluis ging om 6.00 uur weer open, en dat merkte je wel op het bootje, zodat we maar zijn opgestaan en direct de 1e schutting hebben genomen. In Dinant lag de kade vol, met op het einde nog net een stukje van 2,5 m.
copyright © 2010
Bij onze aankomst in Revin lag de haven vol. Slechts een plaatsje aan de kant, onder de bijboot van een groooooot jacht. Het was precies pas voor de KR21 en werd netjes ingeparkeerd. Blijkt dat jacht ook uit Vinkeveen te komen. Soms is de wereld erg klein. Revin is een erg mooi en verzorgd haventje, met veel bloemen en een uiterst vriendelijke en behulpzame vrouwelijke havenmeester. De volgende dag verliep niet zo voorspoedig. Na 1,5 uur varen begon de motortemperatuur op te lopen.Wat is er aan de hand? Uiteindelijk langs de rivier bij een bruggetje aangelegd. Wierpot schoongemaakt. Motorklep open, daar had iets ontzettend staan spuiten. Na deduceren en analyseren bleek het koelvloeistof te zijn. Bijgevuld, en de motor de kans gegeven af te koelen. Verder, in 1e instantie prima. Maar in 2e instantie niet, weer naar de 90C. Bij een sluiswachter gevraagd naar een monteur. Dat zou daar in de middle of nowwhere een dure zaak worden, als er al een te vinden was. Hij adviseerde door te varen naar Charleville-Meziers, daar was er vast wel een. En als de motor het niet meer deed, konden we toch op de reservemotor, de aanhangende buitenboordmotor, varen? Dat hebben we uiteindelijk gedaan, en dat gaat erg goed. Iets langzamer, 3,3 knoop ipv de gebruikelijke 4,5 tot 5 knopen per uur. (1 knoop=1,8 km).