Verhaal van Marijke de Blécourt en Rob Bakker over hun tocht met de KR21 een Albin 21 naar de Middelandse Zee

het vervolg t/m 7-09-2010

 

Canal FINI, nu op weg naar Canal du Midi

Bonjours messieurs et mesdames,

Tot onze grote vreugde hebben we de kanalen van Midden-Frankrijk achter ons gelaten, en daarmee ook de vele sluizen, en hebben we na de rivier de Saone, nu de Rhone bereikt.

Het kostte ons nog een dag om bij te komen van het bezoek uit Nederland, en te vertrekken uit Moret. We varen nu het oudste kanalenstelsel van Frankrijk op, te beginnen met het Canal du Loing. Ze hanteren hier ook nog ouderwetse werktijden, dat wil zeggen met een middagpauze voor de sluiswachter. Dat houdt in dat wij dan ook een uur stilliggen, tussen 12.00 en 13.00. Mooie tijd voor de lunch, normaliter in het gewone leven. Echter wij zijn nu niet de snelsten, en ontbijten meestal pas tegen 10.00, en dan is lunch om 12.00 wel vroeg. Opgelost door te ontbijten met yoghurt, en dan om 12.00 te brunchen. De kanalen gaan bijna onopgemerkt in elkaar over, na anderhalve dag zaten we dan ook opeens op het Canal Briare.

  

Bij de 1e sluis moesten we wachten, dus rondjes draaien. Opeens reageert het roer niet meer. Iets in de schroef! We konden nog aan de kant komen, en Rob mocht weer te water om te kijken. Water daar behoorlijk ondiep en troebel, dus lastig. Inderdaad, een lijn in de schroef, erger, onze eigen voorlijn die inderdaad strak langs de boot hing. Ondertussen kwam de sluiswachter ook kijken wat er aan de hand is, omdat we niet binnen kwamen varen.Hij ging direct bellen om te melden dat de vaarweg deels geblokkeerd was door ons scheepje, en trachtte mede een oplossing te bedenken. Nadat ook de 3e poging van Rob de lijn uit de schroef te krijgen mislukte, belde hij de brandweer(die hebben immers duikers) waar hij echter een antwoordapparaat kreeg en probeerde tevens een commerciele duiker te vinden. Hij moest terug naar de sluis om te schutten, en liet ons achter met het telefoonnummer van een commerciele duiker enige plaatsjes verderop.Toch nog een keer proberen, zo´n commerciele duiker zal wel wat kostten. Nu de lijn aan de voorzijde eerst doorgesneden, zodat de spanning eraf was, en YES, toen kwam de rest uit de schroef. Net toen Rob zich stond af te douchen kwam de sluiswachter weer aanscheuren op zijn brommertje om te melden dat de brandweer onderweg was. Dat hadden we eigenlijk wel willen zien, maar helaas (of gelukkig?), nu kon hij de brandweer weer afbellen. Toen we eindelijk in de sluis lagen hebben we de behulpzame sluiswachter dan ook bedankt met een fles Nederlandse kruidenbitter. Toen daarna weer de temperatuur van de motor opliep hadden we het wel gehad voor die dag, en zijn we bijtijds gestopt in Montargis. Een mooie nieuwe kade, met electra en water, gratis, voor het politiebureau. De volgende dag Montargis bekeken, de plaatselijk lekkernij gekocht (de keutels van de hond, met een heel verhaal erachter) en na de middag vertrokken. Dit werd weer een dramatische sluizendag, regelmatig gebeld met de centrale. Uiteindelijk onze "eigen" sluiswachter meegekregen, geweldig die automatische sluizen. De sluiswachter was een enthousiaste jongeling, die ook vreemde talen probeerde te spreken en iedere dag minstens een woord wilde leren. We hebben hem voorzien van een lijstje met Nederlandse woorden, die op zijn verzoek niet op Duits of Engels leken. De dag geeindigd op een romantisch plekje voor een sluis, met prachtig uitzicht over de graanvelden, en paarden, Franse runderen en een ezelpaar in de weiden achter ons.

 

De volgende dag slechts een half uur gevaren, de motortemperatuur liep razendsnel op met daarbij ook nog witte rook uit de uitlaat. Na telefonisch overleg met onze Nederlandse monteur en zijn alarmerende conclusie, waarvoor sowieso een monteur nodig was, was de dame van de VVV in het haventje van Chatillon-Coligny uiterst behulpzaam, en heeft een monteur voor ons gebeld. Deze kwam dezelfde middag, en gelukkig kwam hij tot een andere conclusie. De slangen van de watertoevoer van en naar het wierfilter waren te nauw, en er bleken zich ook nog allerlei takjes en een plastic ringetje in de toevoerslang genesteld te hebben. Daarmee was het leed compleet. Afgesproken dat we naar Briare komen, waar we bij een bevriende werf op de kant kunnen, en dat er een nieuwe toevoer en wierfilter worden geplaatst, alsmede een extra toevoer.

Sluizentrap van Logny   aquaduct van Briare

Via Rogny, met een oude 7-traps sluizencomplex, niet meer in gebruik, maar nog wel imposant aanwezig als toeristische trekpleister, naar Briare. Daar aangekomen aangelegd bij de werf. Ontvangen door Rex, zijn Franse bijnaam. Een oude Schot van de McKay clan, die daar de rest van zijn leven sleet op een oud bootje, samen met zijn bordercollie Chess, omringd door de goede zorgen en bemoeizucht van bijna alle bewoners van Briare. Ondanks dat hij vrijwel continue aan de zuurstof zat en gebruik maakte van een scootmobiel was hij officieus havenmeester en beveiliger van de werf in de avonduren en in de weekeinden. Hij heeft ons veel verteld over de verschillende oorlogen (vanaf zijn 16e militair en gegroeid tot explosievenexpert, en dan niet het ontmantelen), de Schotse clans, het zeilen over de diverse wateren van Europa tot Indonesie, het motoren in Europa en het reilen en zeilen op de werf, ofwel wie heeft ruzie met wie. Dat laatste bleek dus tussen de werfbaas en onze Franse monteur, waardoor(?) de prijs om de kant op te gaan absurd hoog was. We zijn dan ook niet de kant opgegaan, en de monteur heeft uiteindelijk allleen een nieuw, groter wierfilter geplaatst en de toevoerslangen vervangen door bredere. Dat bleek voldoende, want sindsdien hebben we geen problemen meer met de motortemperatuur.

Die woensdag, 11-08-10, zijn we 's middags direct gaan varen. Heerlijk, na een aantal dagen stilligen. Het prachtige aquaduct van Briare, over de Loire, overgevaren. Door toeristen eindeloos vaak op de foto gezet, die vinden het fantastisch om het aquaduct inclusief boot te ervaren. Het varen duurde niet lang, want we kwamen vrij snel achter een peniche. Het weer is inmiddels ook niet meer zo stabiel, regelmatig bewolkt en regen, en een stuk koeler.Aangelegd in Beaulieu, waar we ons op de camping konden douchen. Dat was bijna een week geleden. We varen nu op het Canal lateral a Loire, met weidse uitzichten en soms door de achtertuinen van de bewoners. Blij toe, want de laatste twee kanalen liepen veelal door bossen, wat op den duur erg somber is. De sluizen zijn hier bemand, dus even geen moeilijkheden. Soms verkopen de sluiswachters groente, en ook een keer plaatselijke wijn. Twee flessen gekocht, een champenoise en een gewone witte. Vooral de champenoise, genuttigd bij een uitgebreide lunch, was heerlijk, met daarbij een prachtige capsule met daarop een landschap. Heel bijzonder. Het dieseltanken is hier geen probleem, in zoverre dat er regelmatig een pomp langs de weg staat, waar we dan aanleggen en slechts een paar meter hoeven te lopen om de jerrycans te vullen. Vrijdags bereiken we Nevers. Een echte jachthaven. Komen naast een Nederlands schip uit Loosdrecht te liggen. Wel raar dat die mensen helemaal niet reageren op onze aanwezigheid. Blijkt later, als ze zich bovendeks begeven, dat het Fransen zijn. We zijn er deze keer achter gekomen dat veel van de schepen die met een Nederlandse vlag varen, met een Nederlandse naam en een Nederlandse lig- of woonplaats op de boot, in bezit zijn van Fransen die met opzet de Nederlandse situatie laten bestaan, zeer waarschijnlijk om geen invoerrechten te betalen, of de Franse regels inzake vaarbewijs dan wel registratie te ontwijken. Wel verwarrend. In Nevers bleken de toegangssluizen tot zondagavond gesloten, in verband met een Triatlon die mede over de sluizen voerde. Zaterdags Nevers bekeken, erg steile straatjes. Voor de toeristen loopt er een blauwe lijn door

 Nevers

Nevers, die als je die volgt langs alle belangwekkende bezienswaardigheden voert. Erg handig. Zondags relaxdag, hoewel de Triatlon vergezeld ging van een erg luidruchtige commentator met tussendoor een soort housemuziek. Boinke, boinke, boinke, jengel, boinke, jengel. Uiteraard ook nog even gaan kijken. Ook de laatste zwemmers zien binnenkomen, deze konden schijnbaar geen crawl. Maar gingen toch nog man/vrouwmoedig op de fiets zitten. En 's avonds begon het dan eindelijk te regenen, nadat het de hele dag gedreigd had. 's Maandags Nevers verlaten, nog steeds regenachtig. Het kanaal blijft mooi en boeiend. Op dinsdag, het weer is duidelijk verbeterd, aangekomen in Digoin. Volgens de kaart een echte jachthaven, met alle voorzieningen. In werkelijkheid: wasserette in het plaatsje, douchen alleen tussen 16.00 en 18.45, bootshop was eigenlijk een toeristenwinkeltje, diesel aan de pomp was op, op de steigers geen electrapalen en watertappunten, alleen op de wal, dus zo goed als onbereikbaar. Snel doorvaren. We komen nu op het Canal Centraux, waarvan we geen kaart hebben. Je kunt maar twee kanten op, vooruit of terug, dat is niet het probleem. Je weet echter niet waar de sluizen zijn, en waar je kunt aanleggen voor de nacht. Ietwat lastig. En het zijn weer geautomatiseerde sluizen, joepie. Gelukkig hebben die ook sluiswachters op afstand, en zijn die er binnen 10 minuten. Het resultaat is meestal dat de sluiswachter maar meerijdt, om bij problemen direct te kunnen ingrijpen. En ze blijven vriendelijk en voorkomend, en behulpzaam. Ook dit is een prachtig kanaal, het land is wel meer gecultiveerd. De sluizen hebben hier geen naam, maar heten Ocean met een nummer. Van 26 tot 1. Bij een van de laatste sluizen krijgen we van de sluiswachter uitleg. Deze sluizenrij voert richting de oceaan, straks als we over het hoogtepunt heen zijn heet de sluizenrij Meditarenee, en voert dus naar de Middellandse Zee. Het hoogtepunt bereiken we donderdag 19-08-10, waar de hoogvlakte slechts 4 kilometer bedraagt, en dan gaat het weer naar beneden.

Ocean nr:1   Laatste sluis in de kanalen, verval 14 mtr.

Dat was dan de laatste stijgende sluis. Gevierd met uit eten in St. Julien. Een gehucht, met wel een Auberge, maar geen bakker of andere winkel. Rob had heerlijke eend, en de wijn en cognac waren ook prima. De keuze van Marijke was niet zo gelukkig, het moest biefstuk verbeelden, maar ging meer naar doorgebakken ezel. De volgende ochtend waren wij de eersten die vertrokken, om 10.00 uur. Dat was een mirakel, normaliter is bij het opstaan minstens de helft weg. Uitgezwaaid door de Rietvink uit Amsterdam, erg aardig stel, waarvan we ook de kaart van dit kanaal hebben ingezien. Wilden naar Santenay. Daar ook aangekomen, lekker gezwommen en een fabuleus uitzicht, het weer is inmiddels weer behoorlijk aardig en warm. Het was geen echte haven, en we moesten toch echt waseen, dus door naar Chagny, wat een grotere plaats is, met waarschijnlijk een echte haven. Dat viel behoorlijk tegen. Een grote kom, met alleen maar water. Op de bonnefooi, en zowaar in 1x in de goede richting, naar het stadje gelopen. Bij een pizzeria nu beiden heerlijk gegeten. Laat naar bed, maar ongeveer midden in de nacht kwamen nog wat jongelui de rust verstoren. Getik op de boot, en even later begon de boot te schommelen. Rob werd hiervan wakker, Marijke heeft niets gemerkt. Rob heeft hierna een paar uur opgezeten, tot de jongelui eindelijk vertrokken, en was 's ochtends dan ook gebroken. Dit had behoorlijk invloed op zijn stuurmanskunsten. En natuurlijk weer sluizenhappen. Wat ons betreft geen probleem, maar na ongeveer 5 sluizen kwam er weer een sluiswachter in zijn autootje. "Si vous plais, lentement, doucement!" Bleek dat hij al 3 sluizen had moeten resetten, omdat de sluizen ons bootje niet uit zien varen. Maar langzamer dan langzaam gaat echt niet, ook omdat bij het uitvaren vaak een stroom staat. De 11e sluis van die dag was de laatste automatische sluis. Achteraf bleek dat we een SMS hadden ontvangen met "Voila! Bonne journee. Merci :-D". Ofwel, de sluiswachters stonden te juichen dat we met dat kleine bootje eindelijk door de automatische sluizen heen waren. Nog een sluis, met een verval van 14 meter. En daar is de Saone! Geen kanaal, maar een rivier, met stroming, en bijna geen sluizen. Dat was weer champagne waard. Vauit Chalon-sur-Saone zijn we een paar dagen later met de auto naar Nederland gegaan, onder andere als verrassing voor de 60-jarige verjaardag van Elsbeth en natuurlijk ook familiebezoek en boodschappen die we in Frankrijk niet kunnen krijgen. Het was een druk en aangenaam weekeinde. Op maandag weer teruggereden naar Chalon. Daar aangekomen bleek dat we de sleutels van de KR21 in Vinkeveen hadden laten hangen. Probleem, want we konden de boot niet in, en al konden we ons een toegang forceren (ten kostte van veel schade) dan konden we nog niet varen. Uiteindelijk zijn we maandagavond weer teruggereden naar Vinkeveen, om dinsdagmiddag weer terug te rijden naar Chalon. Bij aankomst werden we direct geenterd door een Frans stel, met de vraag of de KR21 een Albin is. Ja. Hebben ze zelf een Albin van 7.30 m sinds een paar maanden, die daar ligt om in de hijs te gaan om de onderkant te bekijken. Hun Albin manoeuvreert nogal slecht in de achteruit. Ze wilden van alles weten, maar behoorlijk moe na de lange rit hebben we ze gelost met het kaartje van de Albinkring. De woensdag hebben we gebruikt om bij te komen..

Franse Albin in de hijs   Lyon op de Rhone

Donderdags 02-09-10 hebben we koers gezet naar het zuiden. Zaterdag 04-09-10 Lyon bereikt, waar we een aantal dagen de stad willen bekijken. We wisten vooraf dat Lyon geen jachthaven heeft, maar dat je aan de kade kan liggen, wel wat onrustig maar verder probleemloos. Nou, dat ging voor de KR21 niet op. De kade was behoorlijk hoog, waardoor de lijnen in een hoek liggen, met het gevaar van doorschavielen. Vrachtverkeer was er bijna niet, wel rondvaartboten en sportboten en bootjes van vissers. Het lijkt alsof de Fransen maar een snelheid kennen, HARD. En dat geeft behoorlijke hekgolven, in een kanaal, zodat de golven steeds terugkomen. Na een half uur hebben we dan ook besloten een andere, rustigere plek te zoeken. Uiteindelijk, in de Rhone, langszij een ander schip, waar het al rustiger was, een plek gevonden. Vooral toen de waterskiers na 21.00, toen het donker was, ermee stopten, was dit een beduidend betere plek. Na een rustige nacht vroeg vertrokken en Lyon gelaten voor wat het is. In tegenstelling tot wat de watergidsen zeggen draaien de sluizen op de Rhone ook alleen voor ons kleine plezierjacht . De gidsen geven aan dat jachten alleen in colonnes van minimaal 3 schepen of met een vrachtvaarder geschut worden. Op zondag toevalligerwijs tegen een toernooi van een Franse sport aangelopen, Joute denk ik dat het heet. Een soort riddersteekspel, maar dan op boten in plaats van paarden en met lange stompe stokken in plaats van lanzen en in plaats van een schild een soort bord op de linkerschouder, waarin de stok geplaatst wordt, en op die manier dient de tegenstander van de boot af gegooid te worden. Langzaam aan begonnen we de regels te ontdekken, maar helemaal helder zijn ze nog niet. We zaten lekker op de steiger, in het zonnetje te genieten.

 Frans riddersteekspel

Gisteren, maandag 06-09-10, zijn we aangekomen in Valence. We hadden forse wind tegen stroom, waardoor het varen nogal bonkerig was. En de tweede sluis van de dag heeft ons meer dan een uur gekost, omdat er opeens een vrachtschip opdook toen we de sluis in wilden varen. Vrachtschepen hebben voorrang, uiteraard. Dit schip was 120 meter lang, en de sluizen zijn 190 meter lang, dus we kunnen met onze 6,3 meter nog best mee, dachten wij. Daar dacht de sluiswachter anders over, en gooide voor onze neus het licht op rood. Rob was laaiend. Nu moesten we meer dan een half uur wachten, bovenop de ruim 20 minuten die we al hadden gewacht. De tijd nuttig besteed door rustig te lunchen. Hoewel, Rob was nog steeds zo kwaad dat hij zich bijna verslikte. Uit ergernis heeft hij een langzaam-aan-actie uitgevoerd toen we eindelijk door de sluis mochten. Daarmee was zijn woede enigzins bekoeld.

De vlaggen staan Strak   Valence Regendag

Sinds gisteravond regent het, bijna 20 uur aan een stuk. En staken de sluizen vandaag, dus hadden we toch niet kunnen varen. Morgen schijnt alles beter te worden, de staking voorbij, de regen over, en de wind draait naar het noorden. Voor we het weten zijn we bij de Middellandse Zee (hopen we).

Voor de geinteresseerden wat cijfermateriaal over ons traject Parijs-Valence:

437 mijl=787 kilometer

121 motoruren in 23 vaardagen

149 sluizen: gezakt 3 m, gestegen 140 m, gezakt 28 m, gestegen 165 m, gezakt 185 m, per saldo 89 meter gestegen

5 aquaducten

Hartelijke groeten,

Rob en Marijke

Benieuwd of ze het hebben gehaald ?? klik hier

copyright © 2010