Kring Van Albin Motorboot Vaarders

Home       terug naar Albinverhalen

 


Rondje België,

Verslag van de vaartocht met de “Kulung Koto”  van Joop en Marion.

Marion en ik hebben 4 weken de tijd om  “Kulung Koto” over een randje van de Ardennen te varen.  Het feest begon op de Zaan dat bezet was door honderden bootjes die  die dag “Zingen op de Zaan” vierden met vele dekschuiten met zangers en bandjes en versterkers.  Al zigzaggend  zijn we door deze vrolijke boel de Zaan afgevaren naar het Noordzeekanaal.  Door Amsterdam zijn we via de Amstel, waar we de eerste nacht hebben doorgebracht,  het Aarkanaal ,  de Gouwe,  de (Hollandse)IJssel,  Lek en de Noord in Alblasserdam terecht gekomen.  De boot lag amper vast toen Donor de donder en bliksem op ons losliet! De volgende ochtend  een krantje gekocht onder een mooie Hollandse wolken dek, dus trossen los.  Er was veel beroepsvaart op het moment dat wij op de kruising bij Dordrecht aankwamen.  Een minuut of tien zijn we gaan bijliggen tot de grootste drukte weg was  en wij konden de oversteek naar het Wantij maken. In dit soort situaties is het prettig om de marifoon uit te luisteren want je hoort waar de vrachtschepen zijn en waar ze naar toe gaan. Het Wantij is een oase van rust en mooi. Aan het eind daarvan geschut en de Nieuwe Merwede overgestoken. Ook daar weer geschut en  via de Biesbosch naar Geertruidenberg waar we de Dintel zijn opgevaren. Voor deze dag was Terheijden onze rustplaats. Een leuk klein dorp met een lief haventje met weergoden die ons die dag gunstig gestemd waren. Dat gold niet voor de volgende dag want toen hebben we ca drie uur lang in de regen gevaren op de Mark en de Steenbergse Vliet. Overigens zijn daar geen ANWB kaarten van, maar de havenmeester van Terheijden heeft ons aan een kaartje geholpen. Op het Volkerak en het Schelde Rijnkanaal was het droog en rustig met de beroepsvaart  en dat vond ik niet erg!! In Tholen hebben we overnacht.

     

Varend naar Antwerpen word je vriendelijk door hoge rokende industrie torens en masten verwelkomt. Elke stadje heeft zijn charme!  De Antwerpse haven autoriteiten willen graag weten welke boten in hun gebied vertoeven, daarvoor moet je je per marifoon melden met een FD nummer. Dit nummer had ik een paar maanden van te voren aangevraagd, dit nummer is gebonden aan de boot en niet aan de eigenaar. Op het vaarwater wordt aangegeven waar je je moet melden en afmelden. Na een uur of twee varen door de havens (dokken)  van Antwerpen hebben we afgemeerd in het centrum in het Willemsdok met een goed geoutilleerde jachthaven.  In Antwerpen hebben we enige Belgische specialiteiten tot ons genomen, die nacht heb ik heerlijk geslapen. De havenmeester maakte ons erop attent dat de Royersluis defect was en om in Brussel te komen wij beter via het Albertkanaal , het Netekanaal en de Ruppel  naar het kanaal van Willebroek konden varen.  Bij het liefelijke plaatsje Lier in het Netekanaal hebben we aan een lange steiger met electra  overnacht. De Ruppel is een getijde rivier waar we de stroom behoorlijk meehaden ca 2.5 kn. In Willebroek is een klein sluisje dat alleen 3 uur voor en 3 uur na HW schut. Wij (een mede pleziervaartuig uit Rotterdam en de “Kulung Koto”) hadden geluk en konden zo op het kanaal naar Brussel komen.

 

De jachthaven van Brussel kan niet tippen aan de moderne en gastvrije haven van Antwerpen. In de haven zwemmen wel gigantisch grote vissen die volgens mij naar lucht happen, rare Belgen die vissen!  In de jachthaven hebben we kennis gemaakt met Sandra, Marian  Rien en 12 jaar oude drank. Ook in Brussel zijn we een dag overgebleven. Het is met de tram een goedkope en snelle manier  in het centrum van Brussel te komen. Wij hebben met de citytourbus alle bezienswaardigheden gezien en daaropvolgend een markt  en een terrasje bezocht. Terug in de tram kwamen we onze vrienden weer tegen en ook dat hebben we aan boord gevierd!  Zij met hun mooie boot de “Escape” willen dezelfde route doen als wij, dus één en één is twee met als voorwaarde vrijheid blijheid. Dit had tot gevolg dat we vier keer afscheid hebben genomen,een paar keer met een etentje buitensboots. Het vervolg vanuit Brussel met als doel het hellend vlak van Ronquière gaat over het kanaal Brussel-Charleroi.  Vanaf Halle wordt de omgeving minder industrieel en meer landelijk  én Frans.

  Het Hellend vlak is een belevenis. Een bak invaren, extra goed vastmaken( daar wordt  door de “hellendvlakbakmeester” secuur op gelet). In 40 minuten ben je boven en kijk je uit over een heuvellandschap met graan en maisvelden. Zeer indrukwekkend. We zijn nu ook op het hoogste niveau geëindigd, hetgeen betekent dat we in alle volgende sluizen zullen zakken (soms wel 15 m per sluis). Volgens de kaart is er in La Louvière (of Seneff) een camping met aanlegplaats en een restaurant! De eerste steiger met bordjes waarop stond dat ze behoorden tot de jachthaven hebben we met de eerste stap erop vernield omdat we er gelijk doorzakten. Ondanks de Idyllische omgeving zijn we doorgevaren….. en jawel verdop lagen groene en rode tonnen voor  een aanloop naar een jachthaven. JAMMER de Escape met  1 m diepgang liep vast. We waren die dag pás 12 uur onderweg dus een stukkie terug kon er ook nog wel bij. Uiteindelijk hebben we een steiger gevonden bij een verlaten camping en een gesloten restaurant en het uitzicht op prachtig zwarte kolenbergen. Gelukkig was er wat leven in de vorm van waterscooters en speedboten. Ik moet eerlijkheidshalve erbij zeggen dat deze varensgasten  netjes rekening hielden met de golfslag in onze buurt. Oprechte hulde! Wij wilden de volgende dag naar de liften van La Louvière maar het schijnt dat de oude liften niet meer werken en we zouden hier weer terugkomen. En zo besloten we om met de Escape via Charleroi naar Namen te varen. De omgeving  begon liefelijk en veranderde snel naar een omgeving die het meest doet denken aan het terrein van de Hoogovens nog vóór alle milieumaatregelen van toepassing waren. Doordat er veel industrie met afvalverwerking van plastic, hout, metalen,  glas is en het wel eens waait of omvalt…. Is het water aan de oppervlak bezaait met plastic-flessen,- zakken en hout dus wat er op de bodem ligt wil ik niet weten. Kortom gewoon smerig. Hoe meer we in de buurt van Namen komen wordt de omgeving mooier, liefelijker en de heuvels worden steiler.

   

In Namen hebben we een extra dag doorgebracht om de voorraad weer aan te vullen.  In België zijn niet veel mogelijkheden  bij plaatsjes om rustig aan te leggen en zonder steilewand beklimming dan wel abseilen aan wal cq aan boord te komen. Namen is een mooie leuke stad waar de Sambre eindigt in de Maas en het is daar goed de toerist uit te hangen. Een nette jachthaven met lekkere douches Wel eens een “Trappist Rochefort”  gedronken!!! We hebben ons tegoed gedaan aan alles wat Sonja Bakker ons verbiedt!

  

De tocht naar Luik is tussen rotspartijen erg mooi net als de boog met de duiker boven de ingang van de jachthaven van Luik. Het kantoor van de havenmeester is zeer ruim bemeten en er was niet bezuinigd op de bureaux. Ook de douche was zeer chique. Deze was open ‘s ochtends tussen 8 en 9 en ’s avonds tussen 7 en 8 uur en deze ene douche was voor zowel de mannen als de vrouwen. Op mijn vraag of het dan druk is, was het antwoord “elke dag”, gek hé! We hebben lekker mosselen klaargemaakt en gegeten.

Op weg naar Maastricht hebben we lang moeten wachten voordat we de sluis van Ternaaye met veel wind op de kont konden invaren. De sluisdeur was al geruime tijd open maar de lichten bleven op rood. De reden daarvoor kwam langzaam met harde wind uit de sluis roeien. Een jongen alleen in een stalen roeiboot, petje af op het Albert kanaal met beroepsvaart  en bijbehorend golven. Bij Ternaaye komt het Albert kanaal uit op de Maas. Duidelijk is daar te zien dat complete rotspartijen daar zijn uitgehakt voor het kanaal. In Maastricht zijn we twee nachten gebleven, om te lezen,  de motor te vertroetelen, tanken(diesel), schoppen, voor de zoveelste keer afscheid nemen met een etentje.

We willen nu een lekkere dag varen, niet te lang en niet te kort. Het doel is een jachthaventje in een industrieterrein in de buurt van Venlo. We hadden er niet al te hoge verwachtingen van. Bij aankomst waren we blij verrast met een prachtige verenigingshaven WSV de Maas en ook de havenmeester was een verrassing n.l. een oud-collega van Rien.  Hij wist ook leuke enthousiaste verhalen te vertellen van zowel zijn oude baan als wel zijn nieuwe baan.  De avond hebben we doorgebracht in het sfeervolle restaurant  waar je héél lekker kan eten waar je vriendelijk wordt bediend, waar je het gevoel krijgt dat je wordt verwend! Nou een mooier afscheid konden we ons niet bedenken. Bedankt Sandra, Marian en Rien voor een gezellige week !

De Escape is vroeg vertrokken, wij hebben het rustig aan gedaan met als doel Mook als uitvalshaven voor  de grote rivieren. Het Eldorado van Mook ligt in een mooie omgeving. ’s Nachts hebben we een onweer over ons heen gehad waarbij de tent zo stond te schudden en er zoveel water onder door kwam dat ik dacht die vliegt er zo van af. Die gedachte heeft maar 20 minuten geduurd en we zaten nog redelijk droog.

  

Vandaag en spannend stuk over de grote rivieren nl het  Maas-Waal kanaal, de Waal, het Pannerdenskanaal en de Neder-Rijn. De twee sluizen in het Maas-Waalkanaal stonden open zodat we met een verval van 0m zo door konden varen. Ik wist dat het op de Waal behoorlijk kon stromen maar  4.5 knopen (ruim 8 km/u) tégen  was meer dan ik verwacht had. Als je dan maar 2 Kn (ca 3.5 km/u)  voortgang hebt op je GPS tussen de pijlers van de brug bij Nijmegen dan kan je lang genieten van het gebeuren van de 4-daagse op de kant . We zijn zelfs een 4 baks duweenheid opgelopen.  Na de brug van Nijmegen konden we “kribbetje varen” en nam de snelheid over de grond weer toe. Eenmaal in het Pannerdenskanaal hadden we de stroom weer mee en dan ga je ca 9 kn( ruim 16 km/u) In Arnhem hebben we overnacht.

In Wageningen hebben we familie op de koffie gehad en in de winkelstraat van Wageningen de nodige lichaamsbeweging opgedaan. De reis hebben we voortgezet over de Neder-Rijn naar Utrecht. Het is mooi varen op de grote rivieren, hier en daar oppassen voor de gierponten en de kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal.  Uitluisteren op de marifoon geeft veel informatie over de scheepvaart bewegingen, zodat je daar rekening mee kan houden.

  De reis van Nieuwegein via de Vecht  naar Muiden  is iets anders afgelopen dan we verwacht hadden. De Vecht was mooi en geen probleem, maar de sluis van Muiden was bezig met een schutting zodat wij moesten wachten. We wilden aanleggen aan een voor dat doel bestemd remmingwerk en op het moment dat de motor in zijn achteruit werd gezet en weer gas werd gegeven remde de boot niet af integendeel hij ging sneller vooruit. In de komende 30 meter hebben we geprobeerd een touw om een voorbij vliegende bolder, paal of weet ik wat te gooien, ik heb bij de motor geprobeerd het schakel mechanisme terug te schakelen naar neutraal. Toen dat niet lukte kon ik uit twee kwaden kiezen: of met boot en al tegen de brug en sluisdeur knallen en ook mijn kajuit beschadigen of de boot frontaal tegen de kopse kant van een remmingwerk  zetten.  Dit laatste heb ik gedaan waarbij mijn achter preekstoel is beschadigd in de eerste 30 m en mijn voorpreekstoel bij de laatste actie. Verder zit er scheur  van 40 cm in het polyester  precies onder de stootrand verticaal over de steven van de boot en wat schrammen in  het polyester. De oorzaak van dit geheel is een gebroken trek-druk kabel van de keerkoppeling en hij is gebroken toen hij in zijn vooruit stond.  Toen de Motor eenmaal uit was hebben we de boot verhaald naar een plek waar we niemand in de weg lagen. We hebben de oude kabel eruit gesloopt en bij de Koninklijke Jachthaven een nieuwe kabel weten te bemachtigen en weer weten in te bouwen. Na een aantal uren zwoegen en zweten konden we weer verder.  Over het Markermeer, Amsterdam en het Noord-Hollands kanaal zijn we in Purmerend terecht gekomen. De volgende dag zijn we naar de thuishaven gevaren voor ons was de vakantie gisteren al voorbij.

Ondanks het gebeuren in Muiden kijk ik terug op een fantastische reis met veel verschillende landschappen, vaarwateren, 51 sluizen ( die openstonden niet meegerekend) We hebben 511 mijl (945 km) gevaren in 24 dagen.  De motor een Vovo 17 MD ( 35 pk) heeft  101 uur gedraaid en 191 liter diesel gebruikt. Ik heb totaal 1.5 liter olie bij gevuld wat ik voor een motor van 33 jaar best acceptabel vind.

In België moet je een Vaarvignet aanschaffen die bij diverse sluizen gecontroleerd wordt. Bij de overgang van Vlaanderen naar Wallonië moesten we zelfs de eigendomspapieren ICP laten zien terwijl we er toch onschuldig uitzien!

Wat de sluizen betreft: De bediening is vlot en met de marifoon kom je te weten  hoe lang het duurt en in welke kolk je mag invaren en waar je moet gaan liggen tov beroepsvaart. Wij hebben permanent een lijn van ca 4 m op de middenbolder belegd zowel aan SB als BB. In de sluis vaar ik langs de sluis wand en leg de boot stil bij een bolder of trapje, daar waar Marion met de lijn staat. Zij maakt vast en dan gaan we contact leggen met de achterlijn en indien nodig de voorlijn. Vaak is de middenlijn en de achterlijn aan één sluisbolder genoeg. De sluizen in België gaan snel omhoog en omlaag maar er is nauwelijks stroming van het schutten. Soms (vaak) laten de beroepsschippers hun schroef draaien (dan gebruiken we ook een voorlijn).  Sommige sluizen hebben bolders  die mee op en neer gaan, andere sluizen moet je de lijnen steeds overzetten tot je bv de 15 meter hebt overbrugd. Voor het schutten hebben wij vóór een lijn van 10 mm dik en 25 m lang en achter een aantal lijnen die ik met een schootsteek aan elkaar kan knopen en dus altijd voldoende lengte heb.

Ik heb voor de navigatie in België de Fluviakaart no 23 gebruikt . Als je de Nederlandse kaarten gewend bent dan valt de uitvoering wat tegen maar alle vaste obstakels en waterkunstwerken staan op de kaart.

Voor onszelf is dit een springplank om grotere reizen te maken ( Parijs, Moezel, Rijn) als we wat ruimer in de pensioen tijd komen en misschien hebben wij anderen op ideeën gebracht. Als er behoefte is aan meer informatie dan kan er altijd ge E-maild worden.  marjoba@telfort.nl 

Groeten,

Joop en Marion

“Kulung Koto”