De Albin 25, een oude en hernieuwde liefde van Bas Jan Luijendijk.

Rond 1973 werkte ik enige tijd in het oude zwembad in Weesp, waar de heer Joosten als dealer zijn eerste Albin bootjes verkocht. Toen al was ik gefascineerd door de weldoordachte bouw van deze boot die ieder jaar werd verbeterd, tot er in praktische zin niet veel meer te verbeteren viel.

Mijn kinderen zijn opgegroeid met o.a. een Albin 25 en later een Albin Vega. Na de zoveelste verregende vakantie, besloot ik mijn vaargebied te verleggen en kocht ik een heel andere boot in Zuid-Frankrijk.

Echter de Albin 25 bleef in mijn hoofd zitten en ook de beelden van die prachtige folders uit Zweden. Dus na ruim 30 jaar heb ik besloten wederom een Albin 25 te kopen. Ditmaal echter in Zweden om dat gevoel van die oude folders te beleven. Met de hulp van een vriend die daar woont, hebben we via het internet, diverse boten gevonden. Ik wilde echter wel een Albin 25 de Luxe, omdat die extra snelheid, vooral op open water, heel prettig is. Ik wilde beslist geen 2 cylinder met de beroemde kwetsbare koppeling. De inspectie bij aankoop zou moeten inhouden:

1. algehele controle op beschadigingen (reparaties) onderwaterschip (speciaal het roer en schroefas).
2. eventueel oxide bij de bedrading.
3. stuurspeling, stampen van de motor en beweging schroefas.
4. verwarming, ijskast en de rest van de elektra.
En voor de rest algehele indruk, zoals kuiptent, lekkende voetpompjes of toilet.

We vonden een Albin 25 die aan al deze dingen voldeed en zelfs meer, zoals een intercooler, sceptic tank, electrisch toilet en hekje in de achterpreekstoel (heel belangrijk)

Vervolgens hebben we een zomerstalling in de buurt van Stockholm geregeld en hebben onze vakantie (met z'n tweën) eraan vast gekoppeld. Zie foto's vakantie 2005 Foto 1 Foto 2

Dit alles was een ongelofelijke ervaring. Na al die jaren is de Albin 25 nog steeds uniek en dus danig gemaakt dat het er nog geweldig uitziet. Je ziet er nog tientallen in Zweden varen, veel nog met de originele motor. Het vaargebied is overweldigend en de Zweden heel voorkomend. Gelukkig zat het weer erg mee en we hebben ruim 200 mile (probleemloos ) in 14 dagen gevaren. Volgend jaar willen we via het Goete kanaal, dwars door Zweden varen en vervolgens afzakken richting Nederland. Mijn zoon ( die net vader is geworden) heeft al aangekondigd de Albin te willen overnemen (in Nederland), omdat ook voor hem hier veel dierbare herinneringen aan gekoppeld zijn. Tenslotte kan deze boot gemakkelijk nog eens 30 jaar mee.

Zover het verhaal van Bas Jan Luijendijk. Volgend jaar komt het vervolg over zijn belevenissen met zijn Albin en misschien een verslag hoe hij met z'n boot in Nederland is gekomen.

 

Hierbij een vervolg van onze Zweedse reis 2006.

 

Het is inmiddels zomer 2006 geworden.

Midden Augustus hebben wij ( mijn vrouw en ik) besloten om onze Zweedse reis met onze Albin 25 te vervolgen. We hadden de boot in Nykoping laten overwinteren en zouden nu richting het Gota canal op gaan, om via dit kanaal Zweden van oost naar west over te steken. Thuis had ik een aangepaste kaart voor mijn satelietnavigatie gekocht, zodat ieder stukje vaargebied bekend zou zijn. Als eerste hebben we nog een dag of vier langs de prachtige oostkust gevaren voordat wij het kanaal binnen voeren. Daar deze periode midden in de Zweedse vakantie viel, was het drukker dan vorig jaar. Toen waren wij twee weken later en waren de vakantie's afgelopen. Bovendien is er bij een kanaal altijd een concentratie van schepen. Aan het begin van het kanaal moet je je melden en vervolgens 3.300 Kr betalen en hiervoor krijg je een sticker die je op je boot plakt. Dit bedrag dekt alle kosten tot aan Mariestad.( dit is het eerste stuk van het kanaal). Hier mag je 6 maanden over doen ( daarna gaat het kanaal dicht). Overnachtingen, water en electra en het schutten van de sluis zijn gratis. In het totaal zijn er 58 sluizen met een hoogte verschil tot 92 m boven de zeespiegel. Uiteindelijk viel de Zweedse drukte voor Hollandse begrippen erg mee en hebben we weinig oponthoud gehad. In Mariestad hebben we een goede plek gevonden om onze boot weer te laten overwinteren om volgend jaar de reis te vervolgen met het laatste stuk van het Gota kanaal en een stuk van de westkust van Zweden. We laten weten hoe ver we volgend jaar komen.....................

 

    

 

 

Hierbij een vervolg van onze Zweedse reis zomer 2007.

 

Onze reis met de Albin 25 eindigde vorig jaar bij Mariestad / Zweden aan het Vetern meer.

Midden juli besloten we onze reis te vervolgen en bij aankomst troffen wij, zoals afgesproken, de Albin 25, verzorgd en wel, langs de kade van de werf, afgemeerd aan.

Helaas was het weer niet geweldig en besloten we voor twee dagen met de auto naar Oslo te gaan. We waren daar nog nooit geweest en de kans was ook groot dat we er nooit zouden komen, dus maakte van de nood een deugd.

Na een bezoek aan Oslo werd het weer wat beter en besloten we de oversteek naar het gotekanaal te maken. Het Veternmeer is echt onwijs groot en het Vanern meer nog veel groter. Het kan daar net zo spoken als op het ijselmeer, speciaal aan lager wal vanwege de vele ondiepten. Gelukkig was het tijdens onze oversteek een prachtige dag met matige wind en ging deze overtocht voorspoedig. Een vreemde gewaarwording als je op zo’n lange overtocht slechts zeer sporadisch een enkele boot in de verte ziet, op zo’n enorme binnenzee.

Daarna hebben we onze reis in het tweede gedeelte van het gotekanaal vervolgd. Het tweede gedeelte van het kanaal is minder toeristisch en wordt nog steeds door de beroepsvaart gebruikt.

Dit gedeelte is aanzienlijk breder en veel moderner en beter bevaarbaar, maar ook wel minder leuk.

Het kanaal eindigt bij Goteborg, waar een grote zeehaven is.

Deze westkust is op deze hoogte behoorlijk kaal, vooral als je de zwaar beboste oostkust bevaren hebt, valt dit als eerste op.

Rond die tijd begon het weer wederom te veranderen en zijn we in Varberg geeindigd. De eerste beste werf die we aandeden had ruimte voor een winterstalling. Hier troffen we behulpzame, engels sprekende mensen, zodat we onze Albin 25 met een goed gevoel daar achtergelaten hebben. We streven ernaar om volgend jaar de oostkust verder te verkennen. Tot dan!

 

 

Hierbij een vervolg van onze Zweedse reis 2009.

 

Naar een jaar onderbreking hebben we de stoute schoenen aangetrokken om onze reis met de Albin 25 te vervolgen. Na mail overleg met de werf in Varberg troffen wij de boot in prima staat en en starten........... lopen! 2 jaar stil gestaan en binnen 2 sec lopen. Een hele opluchting want het is tenslotte allemaal 33 jaar oud.

Vroeg in de ochtend vanuit Varberg vertrokken, want we hoopten een eind te komen die dag. Vanwege diverse schiereileanden blijf je zeker 25 km uit de kust om niet al te veel grote omwegen te maken. Dat betekent dat je gedurende uren het land niet meer ziet. Na zo’n 5 uur varen zag ik dat al dashboard meters helemaal doodvielen om vervolgens weer even te funktioneren. Dit gebeurde een paar maal, waarbij ik konstateerde dat mijn temperatuur van de motor omhoog ging en vervolgens viel alle electra uit en kon ik mijn meters niet meer volgen. De zekeringen nagekeken, maar hier was niets te zien. Mijn motor stampte gewoon door en zover mij bekend was, loopt een dieselmotor ook zonder iets van electra, behalve om te starten. Toch ben ik wat zachter gaan varen en heb mijn koelwater gevoeld en alles leek O.K.

Na 15 minuten hoorde ik dat de motor moeizamer ging lopen en vlak voordat ik dacht dat de motor vast zou lopen, heb ik hem uit kunnen zetten.

Wat nu te doen? De marifoon deed niets en gelukkig had ik met mijn mobile telefoon af en toe ontvangst. 3 jaar geleden had ik mijzelf opgegeven bij de SSRS ( zweedse reddingsdienst) en daar had ik al snel kontakt mee. Ondertussen kwam er ook rook uit mijn motorruimte en meldde ik aan de SSRS dat we gestrand waren en rookontwikkeling hadden.

Nadat ik mijn locatie had doorgegeven, werd ik teruggebeld met de locatie van de dichtsbijzijnde boot, die al naar ons onderweg was. Na een uur kwam die als een stip in het zicht.

De rookontwikkeling was gelukkig over en wij werden naar Torekov gesleept.

 

De kapitein van de reddingsboot ( allemaal vrijwilligers) was ook de baas van de scheepswerf, dus we waren gelijk in goede handen. En werden voor de werf geparkeerd.

Nadat we de halve boot hadden uitgebouwd, bank, vloeren, motorcompartiment, zagen we het euvel van ons probleem. De zekering van de later ingebouwde intercooler was kapot, de pomp daardoor gestopt, vervolgens warm geworden en daardoor was het tweede koelsysteem leeggelopen en zelf het expansie vat helemaal gesmolten. Dus de rook was stoom geweest die vrijkwam.

Vervolgens een nieuwe zekering en zekeringhouder ( ook gesmolten) en een expantievat en de motor liep weer als een zonnetje.

Dit alles niet de schuld van Albin (deze hebben nooit intercoolers geleverd, anders was de zekering in de zekeringekast geweest)

Ondertussen waren we in een “onze lieveheersbeestjes plaag” terecht gekomen en we werden bedolven onder millioenen van deze leuke beestjes, die ook nog steken als ze tussen je kleren klem komen.

Daarna onze reis vervolgd naar Denemarken,Kopenhage. Dit is zeker een stad om te bekijken met vele historische gebouwen en de oude binnenhaven.

Daarna via Malmo naar het eiland Femo, even voorbij Vordingborg. Je vaart hier door heel veel smalle waterwegen, sommigen net 2 meter diep en een GPS is een uitkomst voor dit soort waterwegen, want met alleen een kaart wordt je gek.

Daar er slechter weer werd verwacht, vertrokken we de volgende dag naar Bagenkop op het eiland Langeland, het laatste afmeer punt voor de Kieler bocht. De weersverwachting of onze timing was niet goed want onderweg naar Langeland kwam er steeds meer wind. Uiteindelijk woei het een 6 en de golven werden echt fors. Onze koers volgen lukte niet vanwege de rollende bewegingen dus hebben we via een andere koers de beschutting van het eiland gehaald en stopten in Spodsbjerg. Dit laatste stukje was beslist niet leuk alhoewel de boot het prima aankan.

Daar het weer slecht bleef zijn we een paar dagen op het eiland gebleven. Met gehuurde scooters hebben we het grotendeels verkend.

Toen het weer niet beter werd, besloten we om de auto op te halen met bus en trein uit Varberg en hebben die vervolgens Rendsburg geparkeerd omdat we daar ook weer een winterstalling vonden. Vandaaruit weer met openbaar vervoer terug naar Langeland. Dat was niet zo simpel, want de bus gaat 1 x in de 2 uur en de eindbestemming was de verkeerde kant van het eiland. Dus s’nacht nog een taxichaffeur uit zijn bed getrommeld om vervolgens bij de boot te arriveren.

 

Het laatste stuk vetrokken we om 5 uur, met het eerste licht vanuit Langeland richting Kiel. Deze oversteek duurde 6 uur en je vaart dan met de echte schepen mee. Cruiseships, Tankers, Marine Schepen etc. Alles gaat naar Kiel.

In Kiel zijn we de sluis in gegaan richting Rendsburg via het Nord Oost zee kanaal. De bruggen zijn hier 20 meter hoog en de enorme schepen die je tegenkomt zijn fascinerend.

Uiteindelijk in Rendsburg afgemeerd. Een keurig ontvangst. Zelfs bezorgen ze s’morgens broodjes als je die besteld. Een contractje gemaakt voor de stalling en sleutels afgegeven en terug naar huis om volgend jaar via Duitsland, via kanalen en rivieren richting Nederland te komen.

We houden jullie hiervan op de hoogte.

 

      

 

      

        Terug naar Albin verhalen.                         

 

 

 

 

 

                 

 

                                          Zweedse reis 

                                                 Home